Een rustige ochtend begint niet met een strakker schema
Als je zoon of dochter iedere ochtend niet op tijd klaar raakt, lijkt de oplossing nogal logisch.
Meer structuur. Een planning, een lijstje, wat vroeger opstaan, duidelijke afspraken. Je hebt het misschien allemaal al geprobeerd. En als het niet werkt, begin je soms te denken dat het nóg strakker moet: vastere tijden, meer stappen, nog duidelijkere afspraken.
Alleen zit het probleem zelden bij te weinig structuur.
Dat zie ik al jaren bij jongeren met autisme, en het geldt evengoed voor tieners zonder diagnose die gewoon veel houvast nodig hebben.
Waar begon het fout te lopen?
Een jongere kan perfect weten dat hij zich moet aankleden, ontbijten, zijn tanden poetsen en zijn boekentas moet meenemen, en toch iedere ochtend moeite blijven hebben. Weten wat er moet gebeuren en het op dat moment ook in gang krijgen, zijn twee verschillende dingen. Dat is geen onwil, ook al ziet het er soms zo uit.
Misschien begint het al voor de kleerkast. Misschien komen er tijdens het aankleden nog drie dingen bij die ook moeten gebeuren. Of misschien gaat alles behoorlijk goed tot iemand naar de klok kijkt en zegt dat het nu echt vooruit moet gaan.
Voor je het weet, ben je voor de vierde keer aan het zeggen dat die schoenen aan moeten.
Op zo’n moment lijkt het probleem duidelijk: mijn zoon of dochter doet de ochtendroutine niet. Voor mij begint daar net het zoeken. Ik wil weten waar het die ochtend voor het eerst fout begon te lopen. Dat kan een heel ander antwoord opleveren dan je verwacht.
Leerrust: de ochtend gaat mee naar school
Ik geloof sterk in de noodzaak van rust, zeker wanneer het over leren gaat. Een jongere die heel gestrest op school aankomt, laat die ochtend niet zomaar achter aan de schoolpoort. De eerste les begint misschien om halfnegen, maar voor die leerling is er vaak al heel wat gebeurd.
Dat heb ik doorheen mijn loopbaan vaak gezien. Ik begon bijna dertig jaar geleden in het buitengewoon onderwijs, waar veel leerlingen met het leerlingenvervoer naar school kwamen. Sommigen hadden tegen de tijd dat ze aankwamen al een lange busrit achter de rug, met veel prikkels, andere jongeren rondom hen en weinig controle over wat er onderweg gebeurde. Ik heb leerlingen van die bus zien stappen die compleet overprikkeld waren, terwijl wij klaarstonden om les te geven.
Voor ons begon de schooldag. Zij hadden er soms al een hele ochtend op zitten.
Dat beeld is mij altijd bijgebleven. Niet omdat een moeilijke ochtend automatisch betekent dat de rest van de dag mislukt. Natuurlijk niet. Maar een moeilijke opdracht, een onverwachte verandering of een vervelende opmerking gebeurt dan wel bij iemand die die ochtend al veel heeft moeten verwerken.
Daarom spreek ik graag over leerrust: voldoende rust in je hoofd om je aandacht bij de les te kunnen houden en iets met nieuwe informatie te kunnen doen.
Thuis is er geen bus, maar wel de radio, een broer die door de gang roept, een trui die kriebelt en iemand die al vragen stelt voor je goed en wel wakker bent. Ook dat stapelt zich op. Als een jongere om acht uur nog altijd zijn schoenen niet aanheeft, richt je je vanzelf op die schoenen. Logisch ook, want jij ziet de minuten voorbijgaan. Alleen kan het echte probleem twintig minuten eerder begonnen zijn.
Eerst kijken hoe de ochtend echt verloopt
Daarom zou ik bij een gezin met moeilijke ochtenden niet meteen een strakker schema voorstellen. Ik wil eerst horen hoe zo’n ochtend echt verloopt. Niet de ideale versie, maar die van dinsdagmorgen waarop jij drie keer naar boven roept, ondertussen brooddozen maakt en merkt dat je zelf ook te laat dreigt te komen.
Wat lukt zonder problemen? Waar moet je voor het eerst herinneren? Wanneer begint de haast? Waar loopt het telkens opnieuw mis?
De zin ‘hij raakt ’s morgens nooit klaar’ zegt mij eigenlijk nog niet zoveel. De ene jongere staat een kwartier voor zijn kleerkast omdat kiezen moeilijk loopt. Een andere begint aan iets en vergeet ondertussen wat er nog moest gebeuren. Bij nog iemand anders gaat het prima tot hij hoort dat er nog vijf minuten overblijven en hij gestrest raakt. En bij weer een andere is de nacht gewoon te kort geweest en komt het hoofd pas na een uur echt op gang. Dan zit het probleem al voor de kleerkast.
Aan de buitenkant ziet het resultaat er hetzelfde uit, terwijl wat eronder zit helemaal anders kan zijn. Dat is belangrijk, want anders kun je heel hard werken aan het verkeerde probleem.
Eindigt een ochtend telkens in tranen, paniek of buikpijn, dan gaat het vaak niet over de ochtend zelf, maar over wat er op school wacht. Dat is een ander gesprek. Ook dat mag je met mij voeren, en soms hoort de school of het CLB daar dan bij.
Ik zou ook aan de jongere zelf vragen hoe die ochtend voor hem is. Niet tijdens die ochtend zelf, maar op een rustig moment, ’s avonds of in het weekend. Dat klinkt eenvoudig, maar we slaan die stap gemakkelijk over wanneer iets al lang niet lukt.
Als ouder ben je soms zo hard bezig om iedereen op tijd buiten te krijgen dat er weinig gelegenheid overblijft om te vragen waar je zoon of dochter zelf eigenlijk last van heeft. Wat gaat er voor jou ’s morgens lastig? Hoe zou jij willen dat je ochtend verloopt? Wat zou het gemakkelijker maken?
Misschien krijg je niet meteen een uitgebreid antwoord. We hebben het tenslotte over tieners. Krijg je alleen ‘weet ik veel’, geef dan keuzes: gaat het om het opstaan, om het kiezen of om de haast? Niet alles kan en de school begint wanneer ze begint, maar binnen die grenzen kun je wel samen zoeken.
Niet zomaar een strakker schema aan de koelkast
Sommige gezinnen hebben tegen dan al schema’s, timers, pictogrammen en lijstjes geprobeerd. Als de ochtend daar niet rustiger van geworden is, zie ik weinig nut in datzelfde schema nog strakker maken of er een nieuw naast te hangen. Meer van hetzelfde lost zelden iets op. Vaak doen die hulpmiddelen wel wat ze moeten doen: ze maken de ochtend voorspelbaar. Hou ze dus gerust. Alleen lossen ze niet op wat eronder zit, en daar wil ik naar kijken.
Neem het kiezen van kleren. Je kunt iedere ochtend opnieuw zeggen dat je zoon of dochter wat sneller moet kiezen, of er in het schema vijf minuten voor vastleggen. Als blijkt dat kiezen onder tijdsdruk net het probleem is, kun je proberen om de kleren de avond voordien klaar te leggen. Heel eenvoudig.
Maar voor mij zit het belangrijkste niet in die klaargelegde kleren.
Ik wil dat die jongere begint te begrijpen waarom dat helpt: ‘blijkbaar kost kiezen mij meer moeite wanneer ik haast heb. Als ik het vooraf doe, gaat mijn ochtend gemakkelijker.’
Daar kan hij later nog iets mee.
Misschien merkt hij bij schoolwerk dat hetzelfde gebeurt wanneer er te veel keuzes tegelijk zijn. Of later, wanneer hij zelf zijn werkdag moet organiseren. Dan heeft hij niet alleen geleerd wat hij morgenochtend met zijn kleren moet doen. Hij heeft iets over zichzelf geleerd.
Zelf ontdekken wat werkt
Dat is wat ik bedoel wanneer ik zeg dat ik mensen liever laat ontdekken wat voor hen werkt, dan het gewoon voor te zeggen. Als een jongere iets alleen doet omdat mama, papa of ik gezegd heeft dat het moet, blijft er iemand nodig die eraan herinnert. Ik heb liever dat iemand stilaan begrijpt wat voor hem werkt en waarom.
Mijn manier van werken is eigenlijk vrij logisch. Ik kijk waar het precies misloopt, probeer samen te begrijpen waarom en van daaruit zoeken we iets dat thuis ook echt uitvoerbaar is. We proberen het. Werkt het niet, dan kijken we opnieuw. Ik zie weinig nut in iets blijven volhouden wat niet werkt.
Daar hoort voor mij ook bij dat iemand mij na verloop van tijd minder nodig heeft. Natuurlijk mag iemand terugkomen wanneer iets opnieuw moeilijk loopt. Maar ik vind het veel waardevoller wanneer een jongere op een bepaald moment zelf begint te herkennen: ‘wacht eens, dit ken ik. Ik weet waar het bij mij moeilijk wordt en wat mij meestal helpt.’
Minder strijd, voor jullie allebei
Ook voor ouders maakt dat verschil. Een ochtend waarin je voortdurend moet controleren, herinneren, zoeken en aandringen kost energie. Zeker wanneer je achteraf in de auto zit en denkt: waarom waren we nu wéér ruzie aan het maken over een paar schoenen?
Terwijl het al lang niet meer alleen over die schoenen ging.
Daarom gebruik ik naast leerrust nog een tweede woord: harmonie. Ik verwacht daarmee geen idyllisch ontbijt met een goedgezinde tiener die spontaan zijn boekentas controleert. We moeten een beetje realistisch blijven.
Ik bedoel vooral dat een gezin niet iedere schooldag hoeft te beginnen met dezelfde strijd waar iedereen achteraf een slecht gevoel aan overhoudt.
Een goede ochtendroutine is voor mij dus geen strak schema waarop ieder vakje op de minuut afgevinkt wordt. Als een jongere rustiger aan zijn dag begint, een ouder minder hoeft aan te dringen en te herinneren, en die jongere zelf beter begrijpt wat hem helpt, dan hebben we al veel bereikt.
Vanuit De Brug Begeleiding vertrek ik niet van wat iemand met autisme volgens een boekje zou moeten kunnen. Ik kijk naar de persoon die voor mij zit en naar wat er in zijn dagelijkse leven werkelijk gebeurt.
Samen zoeken we naar manieren die ook buiten mijn begeleiding bruikbaar blijven.
Loopt de ochtend bij jullie al een tijd stroef? Vertel me in een kennismakingsgesprek van een half uur hoe zo’n dinsdagochtend er bij jullie uitziet. Vaak geeft dat al een eerste idee van waar we moeten beginnen kijken.